 |
Het is opvallend hoe één presidentskandidaat het algemene wantrouwen in de Amerikaanse politiek onder rappers heeft verminderd. Artiesten als Fat Joe, Jay-Z, Ludacris, Common en Styles P. sporen iedereen aan om op Barack Obama te stemmen. Hoewel de Democratische senator met zijn slogan ‘yes we can’ spreekt over hoop, doet hij wel een beroep op dat cynisme over de politiek. Hij zegt ‘change’ naar Washington te brengen en stelt zich zo op als een buitenstaander, iemand die de politieke spelletjes in de hoofdstad wel eens zal beëindigen. Kennelijk is hij, vier jaar geleden toen hij de Senaat inkwam, de ‘change’vergeten mee te nemen.
John McCain doet hetzelfde. In een van zijn laatste campagnespotjes in de strijd om het Witte Huis gaat hij in op de financiële rampspoed en spreekt afkeurend over de hoge overheidsuitgaven: ‘Washington is making it worse, bankrupting us with their spending’. Zijn kritiek op ‘Washington’ moet hem positioneren als outsider. Wat hij er niet bij zegt is dat hij al sinds 1982 deel uitmaakt van ‘Washington’, namelijk vier jaar als lid van het Huis van Afgevaardigden en vervolgens als lid van de Senaat.
De buitenstaander-strategie blijft niet beperkt tot de Verenigde Staten. Rita Verdonk zegt maar al te graag dat ze verschilt van de Haagse politici maar een eigen geluid heeft ze niet; ze richt zich dan ook op het volk dat haar van ideeën moet voorzien. Bovendien geeft ze af op het systeem waar ze zelf deel van uitmaakt, door te zeggen dat we genoeg ‘Haagse regeltjes’ hebben. Ook lokaal wint deze tactiek aan populariteit. Fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam Ronald Sörensen was zeer boos over de voordracht van Ahmed Aboutaleb als nieuwe burgemeester. Een gevoel van teleurstelling is begrijpelijk als je eigen kandidaat, Wim van der Sluis, de post misloopt. Maar Sörensen beklaagde zich ook over het feit dat de ‘regenten’ in een achterkamertje tot een overeenkomst waren gekomen. Leefbaar Rotterdam was zelf vertegenwoordigd in de vertrouwenscommissie dus dan siert het de fractievoorzitter niet als hij afgeeft op zijn collega’s en deze procedure, ook al had hij een duidelijke voorkeur voor een door de Rotterdammers gekozen burgemeester.
Deze positionering als zonderling is een antwoord op het groeiende gevoel van cynisme onder de bevolking. Uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 93 procent van de Nederlanders vindt dat politici ‘tegen beter weten in’ meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Dertig jaar geleden bedroeg dit percentage nog 79 procent. Daarnaast vinden ruim vier op de tien personen dat ministers en staatssecretarissen ‘vooral op hun eigen belang uit zijn’, tien procent meer dan eind jaren zeventig.
Overigens lijkt politiek cynisme iets typisch voor hiphop, een cultuur waarin het wantrouwen jegens autoriteiten een centrale plaats inneemt. Het lijkt er echter op dat het cynisme een groeiende onderstroom in de maatschappij is en dat de hiphop dat weer reflecteert, zoals het de samenleving altijd weerspiegelt.
Want ook bedrijven spelen in op dit sentiment: “Heeft u alles al geprobeerd om uw badkamer schoon te krijgen?”, vragen ze aanhakend op uw gebrek aan geloof in een goed werkend middel, dat dus niet door de concurrent is geleverd. Of zie de bankreclames voor leningen waarin een vrouw tegen een witte achtergrond met de voice-over spreekt over het addertje onder het gras dat er vast wel zal zijn maar er bij deze bank net niet is. U vertrouwt onze sector niet, zo is de boodschap, en dat is terecht want onze concurrenten behandelen u verkeerd en vertellen halve waarheden. Wij zijn anders, is de ondertoon van de slogan.
Het cynisme over hiphop duikt ook steeds vaker op; de cultuur zou gebukt gaan onder een toenemende commercialisering. Steeds meer mc’s delen deze mening, lijken het idee te hebben dat dit ook onder fans leeft en verkondigen dat ze zich onderscheiden van al die rappers die alleen maar verhalen over ‘geld en bitches’. Zo langzamerhand is de vraag wie in de meerderheid is: De playboy-rappers die met dollars gooien en zich laten omringen door halfnaakte vrouwen of de kritische mc’s die zeggen zich verre te willen houden van eerstgenoemde groep die volgens hen de kunstvorm domineert? De kritiek zou door moeten gaan voor iets rebels, maar wordt steeds meer het handelsmerk van de braafste jongetjes van de klas. De scherpe randjes die rappers hun muziek proberen mee te geven door zich te distantiëren van collega’s, om zo in een goed daglicht bij de cynische purist te komen, worden steeds sneller bot. Turk klonk daarom verfrissend toen hij vorige maand in het tv-programma State Magazine liet weten dat swagger centraal staat in zijn muziek.
Toegegeven, de hier aangehaalde voorbeelden zijn misschien eerder uitzondering dan regel. Maar toch, het cynisme wordt steeds vaker een voedingsbodem voor marketingstrategieën in de politiek, het bedrijfsleven en de cultuur. En dat is jammer want de scepsis zal alleen maar toenemen als de politicus na die tactiek zijn beloftes vervolgens niet waarmaakt, producten van bedrijven de toegevoegde waarde missen en rappers in hun drang om onderscheidend te zijn niet kunnen overtuigen. Hierdoor zullen de marketingtactieken nog vaker worden afgestemd op het cynisme van de man en vrouw in de straat, die vervolgens nog somberder worden als de afzender van de boodschap opnieuw in gebreke blijft. Dan wordt het een maatschappelijke gemoedstoestand die zichzelf versterkt, een negatieve spiraal van cynisme. Uiteindelijk lijkt iedereen dan net zo anders als de rest.
Rogier
|
|